Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
116
kelijk weinig om te geven. Op eens echter namen zijne gedachten
eene andere richting. Hij sloeg het oog op zijne maïs- en boek-
weitvelden, op zijn moestuin, en zijne gerustheid maakte plaats
voor eene levendige vrees.
Hij herinnerde zich nu, welke verwoestingen deze insecten
aanrichten, als zij ergens nedervallen, en wie waarborgde hem,
dat zij dit niet op zijn land zouden doen?
De boer had ook alle reden om ongerust te zijn. AVanneer de
zwerm inderdaad op zijne velden nederkwam, dan — vaarwel,
aUe hoop op een goeden oogst! De milUoenen en nog eens millioe-
nen zouden binnen weinige oogenblikken alles afgeknaagd hebben.
AUen stonden den zwerm met een pijnlijk gevoel waar te
nemen. Hij scheen nog eene halve mijl verwijderd te wezen.
Evenwel bestond er nog een straal van hoop voor den armen
boer. Er waaide een noordenAvind en de zwerm bevond zich juist
ten westen van de kraal. De zwerm was uit het noorden geko-
men, zooals dit in het ziddelijk gedeelte van Afrika bijna altijd
het geval is.
Daar evenwel juist ten noorden van zijn land geene sprink-
hanen te zien waren, had hij eenige hoop, dat de zwerm
voorbijtrekken zou, zonder zijn gewas schade te doen. Overigens
vertoonden zich een aantal vogelen in de lucht. Men zag den
bruinen orikoe met langzamen vleugelslag naderen; hij is de
grootste gier, dien Afrika oplevert, de lammergier volgde hem
en ook de kaffer-adelaar, alsmede haviken, valken, raven en
kraaien in alle grootten en kleuren. De sprinkhaanvogel was
echter het talrijkst vertegenwoordigd. Duizenden van die vogels,
die ongeveer de grootte van eene zwaluw hebben, schoten voort-
durend onder de insecten en fladderden dan met een slachtoffer
in den bek weder in de hoogte.
De zwerm bewoog zich meer en meer in eene zuidelijke richting
en men kon duidelijk merken, dat hij van lieverlede daalde.
»Zij zuUen den nacht hier doorbrengen en dan zal ik er
eenige zakken vol van halen," zeide de oude inlandsche vrouw,
die eene hartstochtelijke liefhebster van sprinkhanen was. »Zonder
de zon kunnen zij niet vliegen, het wordt nu te koel. Tot mor-
gen ochtend toe zijn zij zoo goed als dood."