Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
115
het niet anders te zijn. Wellicht werd de stofwolk ook veroorzaakt
door een troep verhuizende springhokken. De wolk toch strekte
zich van lieverlede wijder uit, zoodat zij eenige mijlen lang scheen
te zijn en Van Dijk wist, dat deze dieren soms in kudden trekken,
die eene oppervlakte van verscheidene mijlen beslaan.
Hij hield nog altijd het oog op dit vreemde verschijnsel ge-
vestigd, dat al hooger en hooger klom en^.eindelijk de kleur
van eene roodachtige wolk aannam. Zij kwam uit het westen
opzetten en verduisterde reeds de ondergaande zon._ Was die wolk
soms de voorbode van een onweder? Maar daar zag zij er toch
niet naar uit. Op eens bedekte zij de runderen, die op de weide
graasden en men zag deze verschrikt heen en weder rennen.
Nu begon de boer ernstig ongerust te worden. Een kreet van
schrik lokte de oude inlandsche vrouw uit de woning. Nauwelijks
had deze de wolk gezien, toen zij mede verschrikt en toch met
eene zekere idtdrukking van blijdschap uitriep:
»0, Baas! daar komen de sprinkhanen! o wee, de sprinkhanen!
de sprinkhanen!"
»Ach ja, de sprinkhanen! Gij hebt gelijk," zeide Van Dijk. Die
zonderlinge wolk was niets meer of minder dan een zwerm sprink-
hanen ! Tot dusver had niemand, behalve de jager, de oude inlandsche
vrouw en de afwezige Goliath, zoo iets bijgewoond. Van Dijk en
de zendeling hadden wel is waar dikwijls sprinkhanen gezien,
maar altoos in een gering aantal en van verschillende soort, want
er zijn in Zuid-Afrika zeer vele soorten van dit insect.
Maar de soort, welke zich nu vertoonde was de echte, ge-
vreesde sprinkhaan. De oude vrouw kende hem zeer goed en
hare dikke lippen plooiden zich onwillekeurig tot eene uitdruk-
king van vreugde; want de wilde stammen zien een zwerm
sprinkhanen met evenveel blijdschap naderen, als de Schotsche
visschers eene school haringen. Ook de honden begonnen te
blaffen en sprongen in het rond, alsof zij op de jacht zouden gaan.
Zij kennen deze insecten door hun instinct en verheugen zich over
hunne nadering, evenals de Boschjesraannen; want Boschjesmannen
en honden verslinden de sprinkhanen met denzelfden smaak.
Op het vernemen dat het sprinkhanen waren, bekwamen allen
eenigermate van hun schrik. Zelfs Van Dijk scheen er aanvan-
8*