Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
114
kaartjehetwelk de waarde van vijftig centen vertegenwoordigt."
»En . . . maar ... en kan grootvader er dan mee in . . .?"
stottert Jozef.
»Uw grootvader? Zoude Mijnheer uw grootvader onze werk-
zaamheden eveneens willen aanschouwen?" herneemt Dadel, en
hij ontneemt — niet zonder eene kleine tegenstreving van den
jongen — dezen het genoemde entreekaartje, sliert er tweemaal
met den nagel van zijn duim overheen, en geeft het hem met de
woorden: »Dubbele waarde"' ook aanstonds terug.
»Dubbele waarde! hê, allemachtig!"
En — zonder een woord meer te zeggen, snelt Jozef de deur
uit, de trappen af, de straat op____naar baas Reuzel.... neen,
naar grootvader, naar grootvader, die eens pleizier zal hebben;
ja, pleizier; die met hem naar de komedie van De Drie Kro-
mn zal gaan, voor niemendal. Wat zal die goeie, ouwe man 'n
schik hebben! .... Doof! dat doet er niet toe, want Joost
heeft gezegd, dat het toch allemaal maar »korendanserij op 'n touw
en stille pantemiene van houten poppen zonder spreken is."
Jozef heeft 't nooit gezien, en grootvader zeker ook niet, 't zal
vreeselijk mooi wezen, want — die spulle-m'nheer heeft 'n
geld van wat ben je me! Jozef heeft dat gezien, gezien met
zijne eigen oogen.
J. J. Creiier.
{Romantische Werken. Leiden, D. Noothoven Van Goor.)
SPRINKHANEN IN ZUID AFRIKA.
De leeuwenjager staakte voor een oogenblik zijn verhaal, om
adem te scheppen, alvorens een tweede te beginnen, toen zijn oog
dat van den boer ontmoette, die sedert eenigen tijd met aUe
aandacht een vreemd verschijnsel aan den horizon waarnam.
Het scheen aanvankelijk een lichte rook te zijn, even alsof de
vlakte op een verren afstand in brand stond.
Kon dit inderdaad het geval zijn? Had iemand het lioutgewas
in brand gestoken, of was het maaj eene stofwolk? De wind was
bijna niet sterk genoeg, om zooveel stof op te jagen en toch scheen