Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
112
»Het verheugt mij, jonkman, dat gij de achterdochtigheid en
het weinig »roojale" karakter invs meesters doorgrondt; het pleit
voor uwe menschenkennis," herneemt de heer Elias op zeer
deftigen toon. »Jlen zou zich kunnen vertoornen over het wan-
trouwen, dat jegens ons gevoed wordt, en aanstonds deze vet-
kaarsen en olie mede terug kunnen zenden, doch, om uwentwil
behoud ik dezelven; mocht men twijfelen aan de betaling,"
verA-olgt de heer Dadel met een fleren glimlach, terwijl hij zijne
kamer weer binnentreedt: »wij komen zoo aanstonds terug."
»Maar met al die mooie praatjes is hij met de olie en kaarsen in
zijne kamer," prevelt Jozef binnensmonds en hij heeft de deur
achter zich dicht getrokken; »de baas zegt, dat zulk volk zoo
kaal als een paling is; ik wist geen raad, als hij niet terug-
kwam; — ik zal maar eens roepen......of — nog een
-oogenblik wachten. — 't Is een vriendelijk mensch. — Nou
moest hij me hier eens naar 't geld laten fluiten! — Hè! de
baas schopte me aanstonds de deur uit, of hij zou me aangeven
bij 't gerecht. Heere m'n tijd, wat zou ik aanvangen, — en
wat zou m'n goede grootvader beginnen! Ik zonder eenige ver-
dienste, en — 't is toch al armoe bij tijden!"
Jozef verschrikt: het deurslot van Dadel's kamer is opengespron-
gen. Zou hij komen? — Neen, hij komt niet. Even roepen om
't hoekje: »Hm! — zeg!" Geen antwoord. — Jozef verstout
-zich om de kamerdeur even in hare hengsels te doen piepen,
steekt de liand naar binnen en vraagt: »Hoe is het ermee?"
ƒ De uitkomst is geheel anders dan de jongen zich die heeft
voorgespiegeld. De eigenaar van Dc Drie Kronen beveelt den knaap
het vertrekje binnen te treden. Jozef doet het zonder aarzelen,
en, op een tweede bevel, drukt hij de deur achter zich dicht.
Het kamertje, ofschoon volkomen hetzelfde gebleven, heeft
-niettemin eene gehoel andere gedaante dan toen wij er vóór
Jozefs komst in vertoefd hebben. De stoelen en de driepootige
tafel, straks beladen met een aantal kleedingstukken en voor-
-werpen van den meest uiteenloopenden aard, toonen zich nu
in hun natuurlijken staat; de kist, waarvan het deksel niet heeft
wülen sluiten, doet ons i-aden, waar de voorwerpen gebleven
^ijn. Ook de heer Dadel vertoont zich in eene andere gedaante :