Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
109
Daar menig godshuis en gesticht
Werd van die scliatten opgericht —
Staat nog in 't oud verhaal daarbij.
»Maar zou het waar zijn?" vraagt ge mij:
Een sprookjen is 't van d' ouden dag,
Waarbij men niet veel vragen mag;
Doch menig sprookje, rijk van zin.
Sluit Cliristendeugd en wijsheid in;
Ook 't sprookje, dat ik hier vertel.
En wat het leert, onthoud dat wel:
»Milddadigheid, die eed'le deugd,
Mecht, waar ze in 't hart woont van de jeugd.
Om blonde slapen reeds een kroon,
In 't oog van God en de Eng'len schoon!
Zij vindt hier 't heerlijkst loon bereid.
Want wèl te doen is zaligheid!
AVie troost brengt in der armen kluis.
Draagt vTCUgde en zegen mee naar huis!"
En twijfelt ge, of in 't beed'laarspak
Een Heilige of een Engel stak —
Denk: waar ik leed verzacht of pijn.
Kan ik een zeeg'nende Engel zijn!
B. Ter Haar.
{Gedichten. Arnhem, D. A. Thieme.)
HOE DE HEER DADEL GELD MAAKTE.
Klias Dadel is directeur van een tooneelgezelschap,
dat in de tent, genaamd De Drie Kronen, voorstel-
lingen geeft op de kermis. Hij is in den morgenstond
bezig met luider stemme zijne rol te lezen, waarin liij
een vriend dringend uitnoodigt bij hem te komen
eten en allerlei heerlijke gerechten opnoemt.
Reeds herhaalde malen heeft een knaap van omstreeks vijftien
jaren behoedzaam op de buitenzijde van de deur geklopt, waar-