Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
9
■wat in Europa een middelmatig vermogen zou ven-aden, kunt
komen."
— »'t Wordt mij iederen dag geheel om niet gegeven, en
wel door vrienden, die steeds om en bij mij zijn." —
Nu werd het den vreemdeling nog raadselachtiger, en hij
waagde dus de vraag:
— »Maar wie zijn dan die vrienden toch wel, die 't zoo goed
met u meenen, dat zij u in dit brandend heete klimaat dagelijks
van alles komen voorzien?"
— »Mijne Kokosboomen," was het antwoord. — »Het
water, 't welk ik u bij uwe komst aanbood, en waardoor gij
u zoo verkwikt gevoeldet, schenken mij de nog niet volkomen
rijpe vruchten; elke vruclit bevat tennaastenbij den inhoud
eener flesch. Deze naar amandelen smakende spijs is de
inhoud van de vruclit, als zij rijp is; deze melk, die u zoo goed
smaakte, is van gelijken oorsprong; die lekkere kool is niets-
anders dan 't hart of de jonge bladeren van den Kokosboom,
maar dit gerecht gebruik ik alleen bij bijzondere gelegenheden,
wijl een boom, waaruit ik de hartbladeren weggesneden heb,
kort daarna sterft.
»De wijn, die zoo geheel uwe goedkeuring wegdroeg, wordt
mij eveneens door mijne Kokosboomen verschaft: daartoe
maak ik insnijdingen in de jonge bloemstelen, uit deze wonden
vloeit dan een witachtig vocht, 't welk ik in kruiken opvang,
en dat als palmwijn of toddy bekend is. Aan de zon blootgesteld,
wordt die wijn zuur en ik verkrijg een goeden azijn, terwijl
ik door hem over te halen mij dezen brandewijn verschaf.
Uit het oorspronkelijk sap weet ik tevens suiker te verkrij-
gen, en zoo is het mij mogelijk uit het vruchtvleesch lekkere
confituren te bereiden, terwijl eindelijk al het vaatwerk,
waaruit gij gedronken hebt, of waarop ik u de spijzen toediende,
die gij gegeten hebt, door mij uit de binnenste, harde schalen
der noten gemaakt is.
Maar dat is nog niet alles; ook mijne geheele woning heb
ik aan die kostelijke boomen te danken. ïlun hout verschafte
mij 't bouwmateriaal; de droge en ineengevlochten blade-
ren dienden voor het dak; tot een zonnescherm bijeengebon-