Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
103
Het is een volk van heldenkracht,
Dat Evertsens kan toonen;
Dat Kortenaars heeft voortgebracht.
En Trompen noemt als zonen;
Een Ruiter scldep, op wien heel de aard'
Met eerbied en bewondring staart.
0 Gij, die zuiver Neerlandsch bloed
Voelt bruisen in uwe aad'ren!
Aanschouwt den nooit bezweken moed.
De grootheid van uw vaad'ren!
Dat bij den glans van 't vaderland
De borst van heil'gen eerbied brand'!
o Heil'ge tijd! o gouden eeuw!
Als aUer zeeën waatren
Den lof van Hollands fleren leeuw
In eiken golfslag klaat'ren;
En als de naam van Nederland
Weergalmend rolt langs rots en strand.
En is de zon des roems gedaald.
Er brak door ramp en duister
Een dageraad, die glansrijk straalt.
En rijst met nieuwen luister;
De zee, het perk van Hollands eer,
Zag reeds de heilzon schitt'rend weer.
H. A. SpANnAW.
(Gedichten. Leiden, Noothoven van Goor.)
DE JAPANSCHE STEENHOUWER.
Er was een man, die steenen hieuw uit de rots. Zijn arbeid
was zeer zwaar, en hij arbeidde veel; doch zijn loon was gering,
en tevreden was hij niet.