Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
102
Terwijl een slager t^ Breda weder den ouden zeventiende-
eeuwschen toon aansloeg:
Oranje boven!
Ik verkoop vleesch, dat kan je braden en stoven:
Dus, vrienden, gaat niet voort,
Maar koopt eenige pondjes bij Keesje van Noort.
AVinkeliers, die een beeldje of kopstuk tot uithangteeken
hadden, lieten dit ook het woord voeren: — zoo te Xieuwveen
een gaper, die met Oranje versierd was:
Al ben ik maar bestemd tot gapen,
'k Draag toch Oranje om hoofd en slapen.
Een tabakskooper te Dordrecht had sedert dertig jaren een
tabaksmannetje met oranjelint om den hoed buiten staan; doch
daar lüj dit kereltje, ten gevolge eener verordening tegen het
nitstallen, met Xieuwejaar moest innemen, liet hij het eerst
daarover nog eens zijn beklag doen:
Op last der heeren van 't Stadhuis
Moet ik met Xieuwejaar in huis,
Al heb ik dertig jaar gestaan hier op het blind,
En steeds versierd geweest met een Oranjelint,
Toch wil ik evenwel als oud Oranjeklant
Getrouw zijn aan mijn stad en aan mijn vaderland.
Mr. J. TA^' Len>t:p en
J. Ter Gouw.
{Het Boek der Opschriften. Amsterdam^ Gehr. Kraay.)
NEERLANDS ZEEROEM.
Het water is ons element,
De zee bruist onze glorie:
AVat volk, dat Hollands roem niet kent.
Niet spreekt van zijn victorie?
"Wat land, dat Hollands vlag en vloot.
Dat Hollands trouw geen eerbied bood?