Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
101
Zoo echt zeventiende-eeuwsch, dat wij, als wij 't niet beter
wisten, zouden meenen, dat hij 't uit Jeroense *) gekopieerd had.
Evenzoo ware het volgende vierregelig versje te Maarsen,
waarin een advocaat zijn pleiten bij 't Oranje te pas zocht te
brengen, een plaatsje waardig geweest in Van den Berg's
LuyfFel-Banquet:
'k Pleit vóór Oranje, soms ook tegen,
Naar dat de zaken zijn gelegen;
Maar wil je Oranje naar het recht,
'k Verzoek, dat ik uw zaak beslecht.
[Gelief, heer Advocaat,
Eer dat je pleiten gaat,
Ons duidlijk uit te leggen,
Wat je eigenlijk wilt zeggen.]
Dan hadden zijn kleermaker en zijn haarsnijder er nog beter
slag van. De eerste had boven zijne deur:
Ik ben in 't vak als fijn verstaald,
Trek zelfs Oranje door mijn naald.
En de ander:
Een pruikenmaker ben ik niet,
Maar snij eenvoudig haar;
'k Zing heden een Oranjelied
En heb Oranje om mijn schaar.
Een garen- en lintjuffrouw te Wageningen zei duidelijk, waar
't haar om te doen was:
Al wie nu Oranje mint,
Koopt bij mij Oranjelint.
En even rondborstig kwam er een Bosscher kroeghouder
voor uit:
Ik limmeneer hier met één vlam
Al voor Oranje en Schiedam.
O Jeroense verzamelde in een boekdeel een tal van opschriften op
uithangborden, enz.