Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
85
dieren gaan liggen. Men heeft wel beweerd dat een varken
een vuil dier is, maar dit beweren heeft geen grond; inte-
gendeel is het varken een zindelijk dier. Dat het zich
wentelt in het slijk, is een gevolg van zijn branderig lichaam,
dat hij gaarne wil afkoelen. Daarom is het zoo goed, dat
een varken gelegenheid heeft zich te baden, als het heet
weer is.
Bij het mesten van varkens dient men nog in het oog te
houden, dat zij in den korst mogelijken tijd vet gemaakt
moeten worden en dat men de vetmesting niet al te ver
voortzet, want dan berokkent men zich schade, daar het
verbruik van voedsel grooter is dan de waarde van het spek
of vleesch, dat er door wordt aangezet. Vóór men tot het
eigenlijke mesten overgaat, worden de varkens, als zij pas
van de zeug af zijn, met krachtig voer versterkt. Eenige
weken later, dus als het dier in het tijdperk der lichamelijke
ontwikkeling is, geeft men het karnemelk met meel en zoo
mogelijk ook groen voer, als het dier niet in de weide loopt.
Dierlijk voedsel als vleesch van gestorven dieren, mits dit
vleesch niet schatlelijk voor de gezondheid is, meikevers,
insecten enz. eet het varken graag. Het zout mag bij het
mesten vooral niet worden vergeten. Wil men spek, dat
lang kan duren, zoo moet men de varkens l'ls tot 2 jaren
oud laten worden en dus niet vroeg beginnen met mesten.
Rust is na den maaltijd voor het varken van veel belang,
daar dan de spijsvertering veel.beter is. Zeer nadeelig op de
gezondheid van een varken werkt ook dompige, vochtige
lucht en daarom moet men zoo mogelijk een klein plaatsje
in de openlucht afheinen, waar het varken zich kan verfrisschen.
Het varkenshok moet zoo ingericht wezen, dat de bodem
eenigszins helt, opdat de urine gemakkelijk kan wegloopen, en de
ligplaats of het nest moet iets hooger zijn, dan de omgeving. De