Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
84
kan men eene zeug van 10 maanden laten paren, maar
liefst moeten de beeren minstens 2 jaar oud zijn, eer ze als
fokdieren gebruikt worden, omdat men van eene zeug de
meeste jongen krijgt, als zij zich paart met een beer van
2 ä 3 jarigen leeftijd. Tegen den tijd, dat de zeug jongen
ter wereld zal brengen, geeft men haar een goed warm hok
met lang stroo. Zoodra de jongen zijn geboren, moet men
goed toezien of de moeder rustig blijft en de biggen geen
kwaad doet, verder moeten de biggen, welke wegens hunne
zwakheid door de sterkere van de tepels verdrongen worden,
worden beschermd, opdat ook zij genoeg voedsel erlangen.
De zeug moet men krachtig voeren, zal zij hare jongen naar
behooren kunnen grootbrengen. Omstreeks 7 weken na de
geboorte worden de biggen van de zeug verwijderd. Om
dit te kunnen, heeft men ze 14 dagen oud zijnde, wat af-
geroomde zoete melk gegeven en langzamerhand deze door
karnemelk vervangen. Veertien dagen later geeft men bij
de melk wat roggezemels en later aardappels en lijnkoek.
Het voedsel moet vooral in het begin gemakkelijk te ver-
teren zijn. Zyn de varkens 8 ä 10 weken oud, zoo eten
zij alles.
Velen hebben de gewoonte veel aardappelen te voederen
en dan is het noodig rogge en tarwezemelen er bij te geven
voor de vorming der beenderen, daar in deze zemelen veel
phosphorzure kalk voorkomt. Bij het mesten moet vooral
in het oog worden gehouden, dat een dier, dat veel voedsel
moet opnemen, gemakkelijk verteerbaar voedsel moet hebben.
AVelk voedsel men geeft, hangt veel af van de prijzen der
voedingsstoffen. Gerst, mais, aardappelen enz. worden het
meest ter vetmesting aangewend. Het voederen zelf moet
geregeld geschieden en wel drie malen per dag. De trog
moet zindelijk worden gehouden evenals het hok, waarin de