Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
82
3". De pokken, welke meer bij jonge dan bij oude varkens
voorkomen. Eerst vertoonen zich op de huid roode plekjes,
die langzamerhand in grootte toenemen en overgaan in een
blaasje, dat met voeht is gevuld. Deze blaasjes verdrogen
na eenige dagen en laten bruine korstjes na, die spoedig
afvallen. Deze ziekte geneest bij eene doelmatige behan-
deling zeer spoedig, maar is toch overerfelijk, zoodat men
de zieke van de gezonde varkens moet afzonderen. Eindelijk
ontwikkelen zich soms in de ooren der varkens wormen of
maden; welke voortkomen uit de eieren van insecten. Deze
wormen knagen de inwendige huid van het oor door en ver-
oorzaken eene verzwering. Het varken, dat van deze ziekte
last heeft, schuurt de ooren telkens tegen de wanden van het
hok. Het is noodzakelijk de wormen te verwijderen en de
wanden met terpentijnolie te bestrijken.
Hel aaiifokken, de voeding' en de verpleging
van het vaiieii.
Bij het houden van varkens is het vooral te doen om
veel spek en vleesch van een goede hoedanigheid te krijgen
voor zoo weinig mogelijk geld. Daarom legt men er zich
op toe zulke dieren te verkrijgen, welke voor het doel het
meest geschikt zijn. Met overal houdt men eene zelfde
soort varkens, omdat niet overal hetzelfde soort spek wordt
verlangd In sommige streken verlangt men dik en vet
spek met weinig vleesch en elders weer spek, dat vleezig
is. Men let daarom op den aanleg voor spek- en vleesch-
vorming. Nog is van belang, dat de dieren, welke men
ter voortteling bezigt, vruchtbaar zijn. Eene zeug toch,