Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
, J
i
81
varkens, omdat deze soorten vroeg ter voortteling geschikt
zijn en zich snel ontwikkelen. De rassen, welke men in
Engeland heeft verkregen, bezitten een kleinen kop met zware
kaken en sterke kauwspieren; verder korte, opstaande
ooren; de rug is recht en de pooten zijn kort en dik; de
romp is tonvormig en de dunne huid met weinig haren bezet.
Deze varkens groeien snel en worden spoedig vet. Van de
Engelsche rassen onderscheidt men kleine witte en zwarte
rassen, en groote witte rassen. Tot de eerste soort behooren
de Yorkshire- en de Windsor-varkens; tot de laatste soort
het Nieuw-Leycester en het groote Suffolksras. De varkens
in ons land voorkomende zijn meestal verkregen door de
oorspronkelijke rassen te kruisen met de Engelsche Berks-
hires en de groote Yorkshires. Nog moeten wij de aandacht
vestigen op het Poland-Chinavarken. Dit is uit de vereenigde
staten van Noord-Amerika afkomstig. Volgens varkensfokkers
van naam heeft dit varken de beste eigenschappen met de
Engelsche varkens gemeen, en overtreft het deze varkens in
andere zeer verre. De Poland-Chinavarkens zijn zwartbont,
hebben een kleinen fijnen kop, een brêeden rug en schoft en
fijne pooten. Zij bereiken, als ze vet zijn, eene zwaarte van
200 tot 300 KG.
De meest algemeene ziekten der varkens zijn: 1®. de
goitigheid of vinnigheid. Deze ziekte openbaart zich alleen
inwendig; op de ingewanden, in de holten en in het spek en
het vet bemerkt men dan witte, eivormige blaasjes. Het
spek ziet er walgelijk uit en mag vooral niet rauw worden
gegeten, daar dit zeer gevaarlijk is. 2^ Het miltvuur, dat
zich openbaart door roode vlakken op het lichaam, die later
blauw worden en daarna sterft het dier spoedig. Als ge-
neesmiddel wordt aanbevolen het lichaam met koud water te
begieten, het ingeven van braakwijnsteen met nieswortel.
6