Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
78
tot strengetjes of üjne bundels, welke meer of minder sterk
gekronkeld kunnen zijn. Deze strengetjes vereenigen zich
weer en vormen stapeltjes, welke zich weer tot stapels in
elkaar strengelen. Al de stapels te zamen maken de vacht
of het vlies uit. Bij fijne wol is de doorsnede van een
stapel klein. De fijnste en beste wol vindt men op de
schouders, de zijden en den rug. Is de wol op den nek van
eene goede hoedanigheid, zoo mag men daai'uit besluiten,
dat de geheele vacht goed is. In het laatst van Mei of het
begin van Juni worden de schapen geschoren, nadat zij vooraf
van alle vuil gereinigd zijn. De wolopbrengst van een Neder-
landsch schaap bedraagt van 2 — 7 KG en van een Merino
van tot 2 KG. De ouderdom en het ras regelen de op-
brengst. De rammen van 2 a 8 jarigen ouderdom leveren
de meeste wol. De wol kan gewasschen worden als zij nog
op de huid is, of nadat het schaap geschoren is. In beide
gevallen moet het water vrij zijn van kalk en ijzerverbin-
' dingen, daar die een nadeeligen invloed op de wol uitoefenen.
Wordt het schaap eerst gewasschen, zoo moet men 3 a 4
dagen waditen vóór men de gewasschen wol van het schaap
scheert, daar de wol eerst moet opdrogen. De wol wordt
onderscheiden in doek of lakenwol, welke de ki'oeze haren,
vooral die der merino's leveren, en in kamwol, die best^t
uit de lange, weinig gekroesde wolharen, welke vóór het
spinnen gekamd worden. Van de doek of lakenwol maakt
men de fijne gevolde stoffen en van de kamwol de gladde
stoffen, als thibet, orleans, lustre enz. Eveneens maakt
men van de lange, gladde wolharen sajet of garen.
Van de melk der schapen werd vroeger vooral op Tessel
een zeer beroemde kaassoort gemaakt. De mest dezer dieren
is voor de zandgronden van veel belang. Van de huid be-
reidt men eene soort leder, het zoogenaamde zeemleer.