Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
G
"Wij willen in dit boekje het een ander met u liespreken,
wat voor eiken veefokker geen geheim zijn mag, maar door
hem dient geweten te worden, zal hij met grond mogen ver-
wachten, dat zijn bedrijf voldoende winst zal afwerpen. De
voeding der dieren is van groot belang bij den aanfok en
daarom zullen wij hiermee beginnen.
De voedingsveiM'iclilingen.
Wanneer gij u eenige uren hebt bezig gehouden met in-
gespannen arbeid, zonder in dien tusschentijd eenig voedsel
te gebruiken, zult gij een vreemd gevoel in de maag waar-
nemen en gij zegt: „ik heb honger".
Zonder voedsel kan geen dier leven. Door het werken heeft
het lichaam nog meer behoefte aan voedsel gekregen. Het
gaat met ons lichaam als met eene stoommachine; zoolang
er steenkolen en water gebruikt worden zal de machine in
beweging kunnen blijven, maar zoodra is het vuur niet ge-
doofd of het water in den stoomketel op, of de machine
weigert hare diensten te verrichten. Blijft de machine in
beweging, zoo zullen langzamerhand enkele deelen meer of
minder afslijten en noodwendig moet er nu en dan eene
herstelling of eene geheele vernieuwing plaats hebben. Ook
ons lichaam slijt af en moet dus hersteld worden. Dat dit
werkelijk zoo is, kunt gij bij u zeiven waarnemen. Gij knipt
uw haar of uwe nagels; na eenigen tijd zijn haar en nagels
echter weer even lang, als ze geweest zijn. Brengt gij u
bij ongeluk eene wond toe, dan zal na korter of langer tijd
de wond genezen; voor het verloren gedeelte is een nieuw in
de plaats gekomen. Zoo slijt voortdurend ons geheele lichaam
af en de afgesleten bestanddeelen worden door andere gelijk-