Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
wolproductie geteeld, moet de huid vrij dik zijn met vele
plooien en de wolharen moeten van goede qualiteit zijn.
Kruis en rug zijn korter en rechter dan bij het vleeschschaap.
Het voederen en de verpleging en het
gel)ruik van het Schaap,
Wij zeiden reeds, dat het schaap bijna altijd in de open
lucht zijn voedsel zoekt. Alleen als de velden des winters
met eene dikke laag sneeuw bedekt zijn, of als de gronden
door langdurigen regen te vochtig worden, houdt men het
schaap op stal. Hier moet het dier gevoed worden met hooi
en andere voedermiddelen. Voedert men alleen hooi en stroo,
dan is driemaal per dag voldoende, maar voert men koren
en wortelgewassen zoo moet er een paar malen meer ge-
geven worden. Klaverhooi alleen is zwaar te verteren,
daarom moet het bij grashooi gegeven worden. Het stroo
van tarwe, gerst en rogge wordt tot haksel gesneden. Een
uitstekend en gezond voedsel voor schapen zijn lupinen.
Voedert men wortelgewassen zoo moet er voor gezorgd
worden, dat deze goed gezuiverd en fijn gesneden worden.
Ook geeft men schapen wel haver en boonen, maar nooit
meer dan Liter per maal. Gestampte en met haksel
vermengde eikels lusten deze dieren ook graag. Zout is
vooral voor schapen zeer goed. Men vermengt het met het
voedsel. Elk volwassen schaap moet minstens 2 Kilogram
zout 'sjaars hebben. Buiten vindt het schaap zijn voedsel
op de hei, op de stoppelvelden, langs wegen en dijken en
op gras- en klaverweiden. Schapen, welke vetgemest of
gemolken worden moeten de beste weiden hebben, welke