Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
een blaaswdrm in de liersenen, die zoo groot kan worden
als een hoenderei. De blaas bestaat uit een dun vlies, dat
bedekt is met eene menigte lichaampjes, waarin een wormpje
voorkomt, dat leeft van de hersenen. Schapen, die de draai-
ziekte hebben loopen zwaar en houden den kop naar den
grond gericht en draaien soms in eenen kring rond. Deze
ziekte is moeielijk te genezen. — Het ongans, ook wel gal-
ligheid of leverziekte genoemd, komt zeer veel onder de
schapen voor in natte streken, vooral als de zomer nat is.
De ingewanden verslappen, ten gevolge van het waterig,
slap voedsel en het ongunstige weer. Onganze dieren zijn
niet opgewekt en hebben weinig eetlust, zij vermageren
sterk en sterven weldra. Deze ziekte voorkomt men 't best
door goed voedsel en het niet laten grazen op lage, voch-
tige weiden. Als geneesmiddel wordt zeer aanbevolen het
hooi en het zaad van de lupine.
Gelijk bij de runderen en paarden zijn er van het schaap
ook een aantal soorten en rassen. Vooreerst worden de
schapen tot twee hoofdgroepen gebracht namelijk: kortstaar-
tige en langstaartige schapen. Tot de kortstaartige schapen
behoort ook het heideschaap, dat voorkomt in Noordelijk
Europa. Het zijn kleine dieren, die zich tevreden stellen
met het weinige, dat zij op de heiden vinden. Ook behoort
tot deze soort de schapen, welke in Azië en aan de zuid-
oostelijke grens van Enropa voorkomen. Deze dieren zijn
grooter en hebben aan het achterdeel of de stuit eene groote
hoeveelheid vet, soms wel 20 K.G., zoodat men ze den naam
van vetstuitschapen gegeven heeft. De langstaartige schapen
worden weder verdeeld in breedstaartigen en smalstaartigen.
De staart van de eerste soort is met vet bezet en die van
de tweede soort is niet met vet begroeid, maar is met wol
of met haar bezet. De schapen, wier lange niet vette staart