Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
Merlsjihch Scjoo?;-.-^.^

Inleülinji.MSTi^RD^j^
Door veeteelt verstaat men dat gedeelte van den laiïïl
dat zich ten doel stelt onze landbouwdieren te voeden, om
daardoor melk, vleesch enz- te verkrijgen. Niet alleen moeten
de dieren gevoed worden, maar ook vereischen zij eene goede
verpleging. De veefokker moet zulke dieren trachten te be-
komen , welke de grootst mogelijke waarde hebben. Daarom
moet de landbouwer nauwkeurig toezien op de voortplanting,
teneinde zijn veestapel te veredelen. Veredelen wil niet
zeggen verbeteren, want de mensch kan de dieren niet
beter maken dan ze door den Schepper geschapen zijn.
Alles, wat door God geschapen is, is volmaakt, dus valt
er aan de dieren niets op te knappen of te verbeteren. Door
veredelen verstaat men een dier geschikter maken voor het
doel, dat men er mee beoogt. Er is een tijd geweest, dat
al onze huisdieren in het wild voorkwamen. De mensch
heeft er zich op toegelegd de dieren te temmen, om er vooi'-
deel en genoegen van te hehben. Zoo heeft de mensch, door
de ondervinding geleerd, opgemerkt, dat er vaste regelen
bestaan, om dieren zóó aan te fokken, dat de jongen beter
aan een bepaald doel beantwoorden dan de ouden. Aange-
zien het den landbouwer te doen is om veel winst van de
boerderij te trekken, zal hij ook niet onverschillig mogen zijn
omtrent alles, wat in betrekking staat tot het veredelen der
landbouwdieren. Als veefokkers staan de Nederlanders in
vergelijking van de meeste volken op een hoog standpunt,
maar toch zijn de Engelschen ons hierin de baas. De Ijoeren
voorzien zich slechts zelden van vee door aankoop. Gewoon-
lijk fokt hij zijn benoodigd vee zelf aan, en voedt en ver-
pleegt de jonge dieren met zorg.