Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
67
werkzaamheden zijn in het najaai' en in den nazomer ge-
woonlijk het grootst en vooral in den herfst is het gras niet
zoo voedzaam meer, waaruit men dadelijk kan afleiden, dat
dan het krachtvoer ruimer zijn moet, b.v. van 5 tot 10 liter
haver en boonen. In den wintertijd heeft het landbouwpaard
het meest rust; dan geeft men het alleen hooi en stroo met
weinig haver. Zoodra echter de werkzaamheden weer grooter
worden moet ook het voedsel er naai" geregeld worden. —
Niet alleen moet het paard goed gevoederd, maar ook moet
het goed verpleegd woixlen. Hoewel het een sterk dier is,
is het toch zeer vatbaar voor verschillende ziekten, zoodat
vooi' de gezondheid van dit dier bijzonder gezorgd moet
worden. AVordt het in den herfst wat koud zoo laat men
het des nachts liever op stal dan in de weide. Na den
arbeid vooral moet het paard yoor koude bewaard blijven ,
daarom zette men het niet ongedekt in de open lucht of in
tochtige stallen. De stallen moeten doelmatig zijn ingericht.
.Jammer is het, dat in de meeste stallen in ons vaderland
de kribben zoo hoog zijn en dat de ruif, waaruit het paard
het hooi moet plukken, veel te hoog is. In Engeland heeft
men voerbakken zonder ruiven.
Het licht mag niet te sterk in het oog van het paard
vallen en daarom moeten de lichtramen zoo hoog mogelijk
worden aangebracht en van luiken voorzien zijn om het
te sterke licht te temperen. Vooral ook moet het paard
geen kouden vloer hebben. De vloer is meestal van
khnkers gemaakt en helt eenigzins, om de urine gemak-
kelijk te doen wegloopen. De huid eischt eene zorgvuldige
verpleging en daarom moet men eiken dag flink borstelen
en de pooten reinigen met water. De ligging moet zindelijk
en warm zijn en daarom bestrooie men den stal met stroo.
De hoeven moeten goed in orde gehouden worden, want het