Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
66
vlug kunnen plaats hebben. Wij gaven den stand der pooten
reeds vroeger aan. Trekpaarden moeten weer aan geheel
andere eischen voldoen. Zij moeten zwaar gebouwd zijn,
en al de deelen van het lichaam moeten sterk wezen. Een
vasten en gelijkmatigen gang stelt men zeer op prijs.
Voeding en verpleging van hel paard.
Is het veulen ter wereld gekomen zoo staat het weldra
op en begint bij de moeder te zuigen. Ongeveer 5 a 6
maanden blijft het veulen bij de merrie en wordt dan öf
ineens van de moeder genomen, öf men laat het eerst eenige
dagen tweemaal en vervolgens ééns per dag zuigen, om het
dan geheel van de merrie te verwijderen. Is het veulen van
zijne moeder genomen, zoo wordt het gewoonlijk afgezonderd
in een stal en met droog voer met wat haver er bij gevoerd.
Is het goed van de moeder afgewend, dan brengt men het
veulen weer naar de weide, hetgeen vooral goed is voor eene
flinke ontwikkeling der ledematen; op stal heeft het geen
beweging genoeg. Is de staltijd daar, dan voert men het
hooi, stroo en haver of gerst en wel van dit laatste onge-
veer 'i a 3 KG per dag. Jonge paarden moeten geen waterig
voedsel hebben, zooals aardappelen en woitelen. Is het
paard volwassen, dan regelt zich het voedsel naar het gewicht
en naar het werk, dat het dier moet verrichten. Hoe meer
werk een paard verricht, des te meer krachtvoer moet het
bij het hooi en stroo hebben. Een gemiddeld zwaar land-
bouwpaard moet dagelijks 4 KG hooi, 2 KG stroo en 4 a 5 KG
haver hebben. Dit rantsoen wordt gewijzigd al naar het
werk, dat het paard moet verrichten en ook of het in de
weide loopt en in welken tijd van het jaar het is. De