Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
65
stamt het Russische paard af en ook de paarden in zuidelijk
en Oost-Europa.
Van de Westersche paardenrassen moeten behalve het
Friesche nog genoemd worden het Vlaamsche en het Norlsche
ras. Vooral in Engeland treft men veel fokrassen aan en
wordt zeer veel zorg aan het paard besteed. Men fokt in
Engeland vooral zware landbouwpaarden, ponies, en paarden
welke Arabisch bloed bevatten. De eerste soort is waar-
schijnlijk uit Nederland ingevoerd. Om de paardenfokkerij
te bevorderen houdt men jaarlijks in Engeland groote paarden-
tentoonstellingen en looft daar groote prijzen uit. Uit de
paarden met Arabisch bloed zijn de zoo bekende Engelsche
renpaarden voortgesproten. — Onder den naam ponies ver-
staat men in Engeland de kleinere paarden en ze worden
meest in Schotland en Ierland gefokt. De hitten en de
dubbele hitten, welke ook veel in ons vaderland zijn inge-
voerd,- worden op de Shetlandsche eilanden gevonden. De
Oldenburgsche paarden, welke ook in ons land veel ingevoerd
worden, zijn in vroegere jaren door het bestaande ras met
het Arabische te kruisen, voortgekomen. Later heeft men
Engelsche hengsten ter kruising ingevoerd. Door een goede
keuze bij het aanlokken heeft men in Oldenburg een ras
gekregen, dat zeer gezocht is.
Wat het aanfokken van paarden betreft, men kan zeggen,
dat de keuze der fokdieren in het nauwste verband staat met
het doel, waartoe het paard gehouden wordt.
Men onderscheidt de paarden hoofdzakelijk in trek- en rij-
paarden. Een rijpaard moet niet zwaar, maar rank gebouwd
zijn, buigzame rug- en halsspieren, een korten, sterken rug,
eene breede borst, een recht kruis eene hoog aangezetten
staart bezitten. De beenen mogen niet zwaar zijn en moeten
zoo onder het lichaam zijn geplaatst, dat de bewegingen
5