Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
64
ras behoorende, is betei' nog geschikt voor werkpaard en
wordt door de Franschen opgekocht om als artilleriepaard
dienst te doen. In Drenthe is de grond hoog en droog en
daarom zeer geschikt voor paardenfokkerijen. De veulens
worden later naar de twee andere provinciën gevoerd, waar
zij beter ontwikkelen, tengevolge van de betere grondsoort.
Het Friesche paard kenmerkt zich door een grooten, sier-
lijken lichaamsbouw, een langen hals, een langen, fijnen
kop met rechten neus en kleine ooren, breede hoeven, zware
manen en een rond kruis. Niet alle paarden in Friesland
zijn van zuiver Friesch ras, daar veel gekruist is met
Oldenburger en met Engelsche hengsten. Het Geldersche
paard is niet zoo groot als het Friesche, heeft ook niet
zulke breede hoeven en is niet zoo hoog op de pooten. Als
rijpaard is het zeer gezocht en de zwaarste er van zijn ook
goede trekpaarden. In de Betuwe komt het nog oorspron-
kelijk voor, maar overigens heeft men in Gelderland veel gekruist
met Duitsche paarden. Het Zeeuwsche paard is zwaar maar
plomp gebouwd. Als ploeg- en werkpaard is het zeer goed te
gebruiken, maar als koetspaard is het minder geschikt, wegens
zijn loggen gang. Het heeft een zwaren , vleezigen kop met
kleine oogen en eenigszins hangende ooren, een korten,
breeden en dikken hals, een breede borst, een eenigszins
ingedoken rug en zware ledematen.
Van de buitenlandsche rassen moet in de eerste plaats het
Arabische paard genoemd worden. Dit edele dier heeft een
prachtig, gevormden kop, met groote oogen en neusgaten,
fijne, gladde lippen, kleine bewegelijke ooren, een breed
voorhoofd, een ruime borst, vaste hoeven en overigens een
schoon gevormd, slank lichaam. De huid is zeer fijn behaard
en zoo dun, dat het adernet er doorheen schemert. Het
Arabische paard is van 1,5-1,6 M. hoog. Van dit ras