Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
63
hoofdsoorten worden gewoonhjk aangenomen: en wel het
Arabisch of Oostersch en het Westersch paard. Het eerste
wordt ook wel het lichte genoemd en komt in het oosten
en wel in Arabië enz. voor. Het Westersche paard ook wel
het zware paard genoemd, komt meer voor in het westelijk
deel van Europa. De rassen, welke aan het Oostersch paard
verwant zijn, zijn breed van voorhoofd, hebben korte lende-
nen, de doornsgewijzo uitsteeksels der lendewervels staan
naar voren, de kiezen zijn breed met weinig email plooien.
Het Westersch paard daarentegen heeft een smal voorhoofd,
breede kaken, lange kiezen met kronkelende émailplooien
en de doornsge wijze uitsteeksels der kruisbeen wervels zijn
gespleten, hetgeen bij het Oostersche paard nooit het geval is.
Het is voor ons doel van het meeste belang de paarden-
rassen in ons land te leeren kennen, benevens enkele buiten-
landsche rassen.
De paarden in ons vaderland voorkomende, brengt men
tot drie rassen, namelijk: het Friesche, het Geldersche en
het Zeeuwsche ras. Het eerstgenoemd ras is in de drie
noordelijke provinciën het meest vertegenwoordigd, ofschoon
het ook wel overgebracht is naar andere deelen van ons
land, vooral naar Holland. Dit ras was en is nog altijd
zeer gezocht, ook in het buitenland. Tegenwoordig nog
worden jaarlijks een groot aantal Friesche paarden naar
Engeland gebracht, om als koetspaard te worden gebruikt,
waarvoor zij uitstekend geschikt zijn, wegens hun schoenen
vorm, hun statigen gang en hunne sterke beenen. Om deze
eigenschappen werd het ook vroeger veel naar de hoofdsteden
van Spanje en Italië gevoerd, om als statiepaard dienst te
doen. De grond heeft op het Friesche paard ook invloed
uitgeoefend, vandaar dat het in de drie noordelijke provin-
ciën nog al verschilt. Het Groninger paard, tot het Friesche