Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
58
de nabijheid van den stal een ruimte te hebben, waarin het
vee eenige uren kan doorbrengen, hetgeen gunstig werkt
op hunne gezondheid. In den nazomer wordt het vee op
de stoppelvelden en de jonge klaverlanden gebracht. Zij
mogen echter op de klavervelden niet tot laat in October
blijven loopen, omdat dit volgens hét gevoelen van bekwame
landbouwers ongunstig op de dieren werkt Hoe vroeger
men in het voorjaar op stal groenvoeder geven kan, hoe
beter. Is de grond er voor geschikt, dan moet er voor eene
goede hoeveelheid Luzerne worden gezorgd Kan men geen
Luzerne bouwen, dan is winterkoolzaad en stoelrogge het
aangewezen groenvoeder. Heeft men een boomgaard bij huis,
die niet te dicht beplant is, zoo levert deze veel groenvoer
op voor de op stal staande koeien, vooral als men met gier
en asch heeft gemest. Op zandgronden levert de spurrie
een zeer melkgevend voeder.