Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
gaat de hoeveelheid van elke stof, die in het voedsel moet
voorkomen, kan men niet in bepaalde cijfers uitdrukken.
Men heeft dan ook door de ondervinding geleerd, dat voor
1000 KG. levend gewicht gemiddeld het dagelijksch voedsel
bevatten moet:
Vaste stof . . . . •.....' . . 22—30 KG.
Verteerbaar eiwit.........2—3 KG.
Verteerbaar vet.........0,5— 1 KG.
Overige stoffen..........12,5—15 KG.
In het begin van den staltijd wordt bij hooi en stroo ge
woonlijk het loof van de wortelgewassen en daarna de wortels
zelve gevoederd. Maar dit is niet voldoende om het dier
in goeden staat te houden. Men moet er nog krachtvoer bij-
geven b V. haver, koek enz. Haver verteert nog al ge-
makkelijk, waarom men niet zoo zeer aan eene bepaalde
hoeveelheid is gebonden. Van koek moet men niet meer
dan l'lz KG. aan elke melkkoe per dag geven. Bij de
stalvoedering komt ook zout in aanmerking. Is het voeder
week, waterhoudend of tot slijmerige dranken gemaakt,
dan werkt het eenigzins verslappend op de verterings-
werktuigen. In zulke gevallen is het geven van zout
bij het dagelijksche voeder noodzakelijk. Voor ieder stuk
vee berekent men 2 — 4 decagram zout per dag noodig te
hebben,
In lage streken is de weide des zomers voor het vee aan-
gewezen, maar in hooge streken leveren de weiden niet
altijd genoeg voeder op, zoodat men tot eene gedeeltelijke
stalvoedering moet over gaan. Zomerstalvoedering vordert
wel meer arbeid en strooisel, maar men krijgt ook meer
mest, welke vooral voor do hooge bouwlanden van groot
belang is Moeten de dieren den geheelen zomer door op
stal gevoederd worden, zoo is het zeer aan te bevelen in