Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
r,6
voederd, indien men van hen veel en goede melk wil hebben,
als zij naar de weide gaan. Meer voedsel toe te dienen, dan
het dier noodig heeft voor onderhoud van het lichaam en tot
voortbrenging van melk, is niet voordeelig. In het alge-
meen verkrijgt men bij overigens goede dieren niet altijd
even veel en even goede melk van alle koeien, welke op
dezelfde wijze gevoederd worden. Men ziet hieruit, dat het
melkgeven een eigenschap is, welke men door voederen
alleen niet verkrijgt, al is goed voederen ook een eerste
vereischte tot het verkrijgen van eene goede hoeveelheid
melk van eene goede hoedanigheid.
Indien het kan, moet men zoo weinig mogelijk verande-
ring brengen in het voeder, daar dit nadeelig werkt op de
melkafscheiding. Moet men echter van voeder veranderen,
laat dan de overgang zoo zacht mogelijk geschieden. Evenals
bij alle werk regelmaat en orde moeten zijn, zoo ook bij
het voederen van het melkvee. Steeds moet men bij de
stalvoedering zooveel mogelijk gelijkmatigheid en orde houden.
Verder moeten de dieren in de rusturen, waarin zij hun
voedsel herkauwen, zoo min mogelijk worden verontrust.
Eene liefderijke behandeling, zindelijkheid, eene gepaste tem-
peratuur , werken de melkafscheiding in de hand. Men lette
er ook op of de dieren drachtig zijn of niet. Drachtige
koeien moeten in hun voedsel meer phosphorzuren kalk
hebben voor de vorming van de beenderen van het kalf.
Ofschoon eene gepaste hoeveelheid water noodig is vooi' de
stofwisseling, zoo mag het dier toch niet te veel drinken,
omdat daardoor de melk zeer dun wordt. Het hangt er ook
al weer van af welk voedsel het dier heeft gehad; weinig
water houdende voedingsstoffen vereischen, dat het dier meer
water opneemt, (.lan wanneer het saprijk voedsel ontvangt.
Wat de hoeveelheid voedsel betreft en vooral ook wat aan-