Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
kunnen worden, waardoor het dier vroeger in den winter
kalft. Zulke dieren ontvangen meer krachtvoeder dan zij,
die laat kalven, en daardoor zal de melkopbrengst grooter
zijn. Wel leveren koeien, die later gekalfd hebben, in
Augustus en later wat meer melk, maar dit verschil is toch
niet groot en wordt steeds kleiner, naarmate de staltijd
nadert. Hebben de koeien in December of Januari gekalfd
en zijn zij goed gevoerd, dan zullen zij een goeden voorraad
vleesch hebben, waardoor zij in staat gesteld worden, om
meer melk te geven dan de koeien, die later afkalven en
niet op hun verhaal hebben kunnen komen vóór zij naar
de weide gaan.
De voeding van melkvee.
Wij weten reeds, dat de melk in den uier en wel in de
daarin gelegen klieren gevormd wordt en dat er een krachtige
bloedstroom naar deze klieren noodig is, om melk te voor-
schijn te brengen. Een krachtige bloedstroom wordt alleen
dan verkregen, wanneer het dier goed gezond en sterk is.
Om te kunnen voortbrengen, moet het voedsel opnemen
en wel zulk voedsel, dat geschikt is om de melkvorming
in de hand te werken. Melk bestaat wel voor het grootste
gedeelte uit water, maar de stoffen, die er in zijn opge-
hangen en er in zijn opgelost, zijn voor het grootste gedeelte
eiwitstoffen. Om deze stoffen in de melk te kunnen voort,
brengen, moet het dier ze eerst in voldoende hoeveelheid
hebben opgenomen. De melkkoeien moeten in goeden voe-
dingstoestand zijn, want zijn zij vermagerd, dan wordt
een groot deel van het eiwit, in het voedsel voorkomende,
gebruikt tot herstel van het lichaam- Hieruit leert men, dat
de koeien gedurende den staltijd goed moeten worden ge-