Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
53
116 gram gestegen was. Doch men ondervond, dat de
kalveren niet zoo krachtig zich ontwikkelden als zij, die met
karnemelk of afgeroomde melk waren gevoed. Broodsoep
is dus om deze reden niet aan te raden. Vele proeven met
ander voeder zijn nog genomen, maar zij waren niet vol-
doende om het kalf goed tot ontwikkeling te brengen, óf zij
waren te duui', zoodat men evengoed zoete melk kon geven.
Ontwikkelen kalveren in de wei niet best, dan geve men ze
wat zemelen, brood, lijnkoek of eenig ander. krachtvoer,
maar droog. Tot op den leeftijd van een half jaar ontvangt
het kalf nog melk, karnemelk enz. en hooi, stroo en gras
als toevoer. In het tweede halfjaar ontvangt het kalf hooi,
stroo met mangel wortels, graan of boonen. Gaat het kalf
nu weer van stal naar de weide, dan moet vuoral voor een
zachten overgang gezorgd worden, door b.v. bij het groenvoer
eerst nog wat hooi of stroo te voeren. Kalveren, welke voor
aanstaand melkvee moeten dienen, worden tot op andei-half-
jarigen leeftijd niet te krachtig gevoederd, daar de onder-
vinding heeft geleerd, dat kalveren, welke te krachtig gevoe-
derd waren, de slechtste melkkoeien werden. Anders is het,
als de kalveren voor mestvee bestemd zijn. Kalveren de
weide te geven, welke eerst door koeien zijn bezocht, is niet
aan te raden, daar dan het beste door het vee is gegeten
en er voor de kalveren het slechtste overblijft, hetgeen niet
anders dan een minder gunstige ontwikkeling ten gevolge
kan hebben. Voert men kalveren en jong vee klaver, dan
is het goed wat stroo tot baksel gesneden er bij te voeren.
Eene goede behandeling en eene zindelijke ligging werken op
den groei van het kalf gunstig.
De vraag doet zich menigmaal voor: welke kalveren de
beste zijn, als we letten op den tijd hunner geboorte. De
kalveren, geboren in den winter, dus tusschen ongeveer half