Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
52
deze een dof trommelend geluid geeft, als men er tegen klopt.
In de eerste 14 dagen na de geboorte mag het kalf niet
anders hebben dan drank en geeft men geen zuivere melk,
de biest mag men het in geen geval onthouden. Deze toch
bevat zacht afdrijvende bestanddeelen, welke de taaie, pek-
achtige stof, die in het darmkanaal van pas geboren kalveren
voorkomt en de ontlasting tegenhoudt, verwijdert. Oudere
kalveren mogen echter geen biest hebben, omdat zij bij deze
juist de ziekte veroorzaakt, welke zij bij jonge kalveren
voorkomt. Het drinken mag ook niet te koud, noch te
warm en vooral niet bedorven zijn.
Daar de melk der koeien van hooge waarde is voor mensche-
lijk gebruik en daarom duur verkocht kan worden, voedt
men de kalveren gedeeltelijk met andere voedingstoffen.
Vooral in het buitenland heeft men proeven genomen op dit
gebied. Men heeft beproefd de melk gedeeltelijk door hooi-
thee te vervangen. Hooithee bereidt men door goed kokend
water op goed zoet hooi te gieten en het aftreksel wordt dan
met de melk gemengd. De voedingswaarde van hooithee hangt
vooreerst af van de hoedanigheid van het hooi, en dan van
de sterkte der thee. Men heeft echter bevonden, dat goede,
sterke hooithee in voedingswaarde slechts met van zui-
vere melk kan gelijk gesteld worden. Verder hebben proe-
ven bewezen, dat hooithee meer kost dan melk. Eene
andere proef wei'd genomen met broodsoep, bestaande uit
zemelen, een weinig meel en lijnzaad. Toen het kalf acht
dagen oud was, begon men met van dit voedsel, 2 ons
brood en -33 wichtjes lijnzaad aan 8 liters afgeroomde melk
toe te voegen en verminderde langzaam aan de melk, om
de broodsoep in dezelfde verhouding te vermeerderen. Na
9 weken kreeg het kalf niet meer dan 1 liter melk, terwijl
de hoeveelheid brood tot 1 K.G., en die van het lijnzaad tot