Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
49
De huid van mestdieren moet los zijn, opdat zich daar-
onder vet kunne afzetten, vooral tusschen de ribben. Ook
moet het dier rustig en goedaardig zijn. De meeste vee-
houders nemen uit hun eigen veestapel het mestvee en daartoe
komen in de eerste plaats in aanmerking melkkoeien en
trekossen, welke in hun dienstvermogen achteruitgaan.
Koeien, die niet zeer melkgevend zijn, hebben gewoonlijk
een goeden aanleg voor vetvoj'ming en trekossen, die te
traag zijn, zullen met meer voordeel worden vetgemest,
vooral als zij nog jong zijn. Het vetmaken van zeer oude
melkkoeien zal weinig of geen voordeel opleveren, zoodat
het beter is zulke koeien, vooral als zij een weinig vleesch
hebben, maar dadelijk te verkoopen. Bij het aankoopen van
mestvee moet men vooral geen dieren koopen, welke zeer
mager zijn, omdat die groote vermagering nadeehg werkt
op de herstelling van de deelen der organen en ook, omdat
zij veel voeder vorderen, alsvorens er van zichtbaren vleesch-
groei sprake zijn kan. Het koopen van vee, dat al gedeel-
telijk gemest is, is ook niet aan te raden, daarjuist de
meeste vooi'deelen in het begin der vetvorming gelegen zijn.
Als het dier in den laatsten tijd der vetvorming is, dan
komt het weinig meer aan en de winsten zullen dan in
verhouding tot het voeder klein, ja soms minder zijn, dan
het voeder kost. Het best is dus dieren te kiezen, die be-
hoorlijk gevoed, van 7 tot 8 jaar oud z^n, een diep, wijd
hchaam hebben met ver van elkander staande schouders,
een rechten rug, een breed kruis en van middelmatige,
grootte.
Wat het werkvee betreft, daarover kunnen wij kort zijn.
De geschiktheid om arbeid te verrichten berust op een
sterk beenderenstel en goed ontwikkelde spieren. Overmatig
grove beenderen zijn meer sponsachtig dan vast, zoodat
4