Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
48
en aan hem hebben wij de kennis te danken, dat er verband
bestaat tusschen een goeden meikspiegel en het melkgevend
vermogen van eene koe. De meest gewenschte vorm van
den melkspiegel is volgens Guenon de liervormige, omdat
deze de grootste is. Verder merkt Guenon op, dat Uij koeien,
met beste melkspiegels twee kleine schildjes zijn waar te
nemen in den vorm van een ovaal en wel daar, waar het
haar naar beneden loopt. Niet alleen op den melkspiegel,
maar ook op andere deelen van het lichaam wordt door
veekenners gelet, als zij eene goede melkkoe zoeken en wel
of het dier bezit: een dunnen hals, fijnen kop en fijne
horens, groote heldere oogen, een dunne, fijne, losliggende
huid, niet te grove beenderen, eene ruime borstkas, wijde
neusgaten en een langen, dunnen staart. In 't geheel moet
de koe een goeden indruk maken en een echt vrouwelijk
voorkomen hebben.
Wil men vee hebben, dat aanleg heeft vroeg geschikt te
zijn voor de slachtbank, dan heeft men weer andere eischen
te stellen. Zulk vee, als het toch moet worden aangekocht,
moet vroeg rijp zyn, d. w. z. vroeg geschikt zijn om kalf
voort te brengen; verder moet de lichaamsbouw zóó wezen,
dat de deelen, waar zich het meest vleesch en vet afzetten,
het sterkst ontwikkeld zijn, zoodat de andere deelen als:
kop, hals en pooten klein moeten zijn in verhouding tot den
romp. Mestvee moet zich gemakkelijk laten voeden en
hiertoe is noodig, dat maag en darmen niet te groot zijn,
waardoor het dier minder, maar krachtig voer hebben kan.
De ademhaling moet bij mestvee kort wezen, zoodat de
longen klein moeten zijn. Dit is noodig voor de ophooping
van vleesch en vet in het lichaarn, want hoe minder zuur-
stof er verbraikt wordt, zooveel te minder voedingsstoffen
zullen er het in lichaam vurbranden.