Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
44
vleezig is, men noemt dit minder gebroekt zijn. Op de
veengronden is het vee fraaier van vorm. Het Friesche vee
heeft veel aanleg voor melkgeving en vetvorming. Het
Drentsche vee is klein, mager, met kleine opstaande ooren,
schralen hals, zwakken rug en een kleinen kop met groote
oogen. Het is geen schoon gebouwd ras. Aan de grenzen
van Groningen en in den omtrek van Meppel is het vee
beter gevormd en komt over een met dat van de nabij ge-
legen streken der naburige provincie. In Overijssel loopt
het rundvee ook nog al uiteen, vooral is het vee van het
Kamper eiland onderscheiden van dat langs den yssel en dat
op de heivlakte. Het laatste is nog wel zoo slecht gebouwd
als dat van Drenthe. Het vee op het Kampereiland is zeer
melkrijk, ofschoon de üchaamsbouw minder fraai genoemd
mag worden, daar het een grooten, dikken kop met grove
hoornen heeft en een grof, zwaar beendergestel, en van
achteren nog al hoekig, terwijl de huid grof en dik is. In
Gelderland vindt men vee, dat meestal gekruist is met vee
uit de andere provinciën en uit Durham. Het beste vee
treft men aan op de klei, vooral in de Betuwe. In Utrecht
heeft het vee veel overeenkomst met het Geldersche. De
Provincie Noord-Holland bezit zeer zwaar vee, dat ook tot
de beste soorten van ons land mag gerekend worden. Men
heeft vooral uit Friesland hier veel vee ingevoerd. De grond
heeft echter een grooten invloed op het ingevoerde vee uit-
geoefend, zoodat het fijner, zwaarder, grooter, en wel ge-
vormder is, dan het oorspronkelijk Friesche ras. De melk-
rijkheid is zeer groot. Het vee in Zuid-Holland is weer
verschillend van vorm, omdat men uit Groningen, Friesland,
Noord-Holland en Gelderland hier vee invoert. Veel vee
wordt in Zuid-Holland ook vet gemest, nadat men het
3 ä 4 jaar heeft gemolken. In Zeeland is het vee van het