Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
scheiden zich van de wilde i'underen door een minder hoogen
rug en schoft. Ook deze runderen kwamen vroeger in het
wild voor en waren zeer woest, hadden groote hoornen en
werden Oerrunderen genoemd. Men heeft bij opgravingen
in Zwitserland en in de diluviale gronden verscheidene
schedels van deze runderen gevonden, welke vrij goed
overeenkomen met de schedels van het tegenwoordige rund
in ons werelddeel, behalve dat de hoornen nu veel korter
zijn dan toen.
Wat wij door kalf, pink, vaars, schot enz. verstaan is
met enkele woorden te zeggen. Kalf heet het dier tot op
den ouderdom van 9 maanden, pink of hokkeling van 9 —21
maanden en boven dezen leeftijd heet het dier in 't algemeen
rund. Door vaars verstaat men een dier, dat slechts één
maal heeft gekalfd en blijft een vaars het volgende jaar
gust, d. w. z. brengt het dan geen kalf voort, zoo noemt
men het een schoot. Heeft eene koe één of meermalen ge-
kalfd, zoo kan men moeielijk op 't gezicht af zeggen, hoe
oud het dier is. Het gebit komt ons daarin eenigszins te
hulp. In de onderkaak bezit het dier 8 beitelvormige tanden
en aan weerszijden dezer snijtanden 6 kiezen, wier kronen
plat en van plooien voorzien zijn. In de bovenkaak mist
het dier de snijtanden. Het pas geboren kalf bezit gewoonlijk
slechts 2 of 4 snijtanden en in elke kaak 6 kiezen. De
snijtanden bij de geboorte aanwezig en de kiezen, welke
kort na de geboorte voor den dag komen, vallen later uit
en worden melktanden genoemd. De tanden en kiezen,
welke er voor in de plaats komen, blijvende tanden en
kiezen genoemd, zijn veel grooter en van een anderen vorm
dan de melktanden. Is het kalf 5 weken oud, zoo heeft het
20 tanden en kiezen. Gewoonlijk begint het wisselen op een
half-jarigen leeftijd en op 4 jarigen leeftijd bezit het dier alle