Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
39
koude pooten zal geven en ten andere, omdat er dan geen
urine of gier in den bodem trekt, waardoor gemakkelijk op
den duur eene onaangename lucht zou kunnen heerschen in
den stal. Verder moet de vloer eenigzins naar achteren af-
hellen, opdat de gier geregeld kan wegloopen. Een goed
middel tegen het ontwikkelen van gassen (koolzure ammonia)
uit den mest, is het bestrooien met gips. Gips namelijk
zuigt die gassen op en kan een verbazende hoeveelheid gas
vastleggen, zooals men dit in de scheikunde noemt, waar-
door die kostbare stof dan ook niet verloren gaat, maar met
den mest en de gips op het land te recht komt.
Zindelijkheid werkt op het lichaam van een dier even
voordeelig als bij den mensch, daarom moet men niet alleen
den stal, maar ook het lichaam der dieren reinigen. De
huid zal door het zweeten en door het stof in de stallen
als van zelf onrein worden. Die onreinheden moeten worden
verwijderd, want indien de openingen der huid, porieën ge-
noemd, niet goed open zijn, dan kan het vocht ook niet
buiten het lichaam gebracht worden. Elk zoogdier, hoe koud
het ook moge zijn, zweet d. w. z. dat door de porieën ge-
regeld vocht naar buiten wordt gedreven. Kan dit niet meer
plaats hebben, dan wordt het dier ongesteld. Neemt men
de hier genoemde voorwaarden in acht, dan draagt men er
toe bij, dat de dieren hunne gezondheid behouden en alleen
gezonde dieren kunnen voordeel afwerpen.
De gezondheid der dieren laat zich wel aanzien. Zij zijn
vroolijk en opmerkzaam, en zoodra er iets aan hunne gezond-
heid hapert, merkt de veehouder dit in den regel zeer spoedig.
Behoudens eene goede verzorging kan het dier evenwel ziek
worden en sommige ziekteverschijnselen keeren plaatselijk
geregeld terug, zoodat men ze aan de lucht of aan den
bodem moet toeschrijven.