Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
moet dus geregeld worden ververscht. Gezonde lucht is
even zeer eene levensbehoefte als gezond voedsel. Niet alleen
wordt de lucht in de stallen ongezond door de ademhaling
en de uitwaseming der huid van de dieren, waardoor eene te
groote hoeveelheid koolzuur in de stallen komt, maar ook
oefent de mest, die gewoonlijk slechts één of tweemalen
per dag wordt verwijderd, invloed op de lucht uit. Mest
is in rottenden toestand en alle rottende voorwerpen ont-
wikkelen voor de gezondheid schadelijke gassen. Die gassen
en dat koolzuur zijn door een eigenaardigen reuk gekenmerkt.
Zijn er in den stal te groote hoeveelheden van die gassen"
aanwezig, zoo moeten zij verwijderd worden. Er is dus in een
stal eene goede ventilatie noodig. De lucht verversching
mag echter geen tocht veroorzaken en ook moet er voor
gezorgd woi'den, dat de stalwarmte niet te gering wordt. Niet
alleen lucht, maar ook behoorlijk licht moet in den stal
kunnen doordringen. Voor eene behoorlijke stalwarmte moet
worden gezorgd. De warmte is natuurlijk voor verschillende
dieren verschillend. Zoo wordt voor een paard gemiddeld
15° Celsius stalwarmte gerekend; voor eene koe l'H^li" C.;
voor een schaap 10° C. en voor een varken 12° C. De
temperatuur oefent ook invloed uit op de spijsvertering,
daar bij eene lage temperatuur bevonden werd, dat het dier
meer voedsel noodig heeft dan bij eene gemiddelde. Toch moet
men oppassen, dat de temperatuur niet te snel verandert door
de ventilatie. Is de stal nog al ruim, dan zullen er zelden
deuren of vensters behoeven geopend te worden, omdat er
door de muren heen genoeg lucht dringen kan. Wat het
licht betreft, dit moet van achteren ol van boven komen;
in stallen voor mestvee moet het iets donkerder zijn. De
bodem van den stal mag geen vocht doorlaten. Voor eerst
is dit goed, omdat eene droge vloer minder aanleiding tot