Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
dier zich licht overvreet, als het zooveel kan bekomen als
het lust. De maag en darmen zetten zich wel uit en krimpen
ook in, maar dat gaat niet zoo in eens, dat gebeurt eerst
langzamerhand, zoodat bij het voederen van veel voedings-
middelen, om de juiste hoeveelheid voedsel te verkrijgen,
maag en darmen zich langzaam uitzetten en in het tegen-
overgestelde geval langzaam inkrimpen. Als voorwaarden
bij de voeding moet vooreerst gelden, dat de hoeveelheid
droge stof in overeenstemming moet zijn met de bizondere
behoefte van het dier en die hoeveelheid moet bij verandering
van voeder even groot blijven of slechts langzamerhand worden
veranderd. Vervolgens moet er op worden gelet, hoeveel
eiwit het voer bevat en moet bevatten, hoeveel er ver-
teerbaar van is en in welke verhouding dit ei-wit tot de
overige verteerbare stoffen staat.
Dat bij den ovei'gang van droog tot groen voer of omge-
keerd, men langzaamaan te werk moet gaan, zonder er
nadeelige gevolgen van te ondervinden, is door proefnemingen
ten duidelijkste bewezen.
Iemand ondervond, dat twee ossen, welke hij plotseling
van het gewone wintervoer bracht op klavervoeder, de eene
in de eerste twaalf dagen 11 KG- aan gewicht verloor en de
andere 6 KG en dat er eerst na 18 dagen weer de zelfde
zwaarte aanwezig was. Het verlies in gewicht in de eerste
dagen zou hij hebben kunnen voorkomen, indien hij bij de
klaver den dieren ook eenig droog voer had gegeven. Een
dergelijke gewichtsvermindering heeft men ook waargenomen
bij dieren, die plotseling van het eene op het andere droge
voeder werden gebracht, zoodat men hieruit tot het besluit
kwam, dat de overgang van het eene tot het andere voeder
langzamerhand moet plaats hebben, het dier moet zachtjes
aan gewennen aan een ander voer, en zijne spijsvertering