Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
Het voederen.
Nu wij een kort overzicht hebben gegeven van het voor-
naamste voeder, zullen vrij tot het voederen zelve overgaan.
Voederen, namelijk doelmatig voederen, dus zóó, dat de
dieren niet alleen eene goede gezondheid genieten, arbeid
verrichten, melk enz. voortbrengen, maar ook dat de vee-
houder door het voeder de hoogst mogelijke opbrengst van
zijn vee krijgt, 't Is waarlijk geen gemakkelijke zaak, daar
de veehouder rekening moet houden met het soort van vee,
den toestand, waarin elk dier verkeert, het doel, waartoe
hij het vee houdt en nog veel meer.
Het dier heeft zooveel voedsel noodig, dat er aan voedings-
stof genoeg in vertegenwoordigd is, om in gewone omstan-
digheden in den zelfden staat te blijven en de hoeveelheid,
of liever de massa, het volume, voldoende is om de verte-
ringswerktuigen te vullen. Krijgt een dier niet meer en ook
niet minder, zoodat het alleen krijgt, wat het voor zijn
eigen onderhoud noodig heeft, dan ontvangt het onderhouds-
voer. Geeft men evenwel meer dan noodig is, zoodat het
dier daardoor in staat gesteld wordt, iets voort te brengen,
dan ontvangt het productievoer — productie beteekent voort-
brenging. — In de natuur vindt het dier niet alleen
onderhoudsvoer, maar meer dan dat, zoodat het ook voort-
brengen kan, en toch wordt in vele gevallen het dier gevoederd
met voedsel, dat niet zoo natuurlijk is. Dit doet men, om
tot een doel te geraken, dat bij eene natuurlijke voeding
niet kan worden verkregen. Zal de veehouder dit kunnen
doen, dan moet hij veel verstand hebben van de bestand-
deelen, waaruit de voedingsmiddelen bestaan, de wijze,
waarop ze in het voeder vooi'komen en hoe er gehandeld