Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
bezitten. Zij bezitten 10 a 20% water en van de droge
stof bevatten de granen '/?, erwten en boonen '/> en olie-
zaden V» eiwit, van de geheele massa stof. Haver is zeer
gemakkelijk verteerbaar en wordt daarom aan paarden, jong
vee en drachtige koeien en schapen veel gevoederd. Gerst
wordt in ons land meer gebruikt als mestvoer, even als
rogge. Tarwe wordt in 't algemeen weinig gevoederd, omdat
het te duur is, maar boonen en erwten vooral dienen als
mestvoer en als bijvoer bij hooi, stroo enz., voor jong vee,
omdat boonen en erwten veel phosphorzuur en kalk bevatten.
Nog worden als veevoerder gebruikt, de bijproducten van
fabrieken. Vooreerst maakt in sommige streken de landman
veel gebruik van pulpe, d.i. het overschot der suikerbieten.
Pulpe kan men evenwel niet voeren zonder een stikstofrijk
voeder, als koeken en droog voer er nevens te geven. In groote
hoeveelheid is pulpe zelfs schadelijk voor de gezondheid.
Uit de branderijen verkrijgt men als afval de moutkiemen,
een zeer goed en krachtig voeder, en de spoeling of slempe
een zeer slap voer. Voert men bij deze producten stroo,
kaf, hooi enz., dan zijn zij zeei' gepast om hun groot procent
eiwit. De spoeling werkt nadeelig op de spijsverteringswerk-
tuigen , als zij in eenigzins groote hoeveelheid wordt toegediend,
en vooral werkt zij zeer schadelijk, als zij zuur geworden
is, want dan geeft zij aanleiding tot verschillende ziekten.
Nog moeten wij melding maken van zemels, als afval uit
meelfabrieken. Zemels hebben veel voederwaarde, omdat zij
rijk aan eiwit zijn en veel phosphorzure zouten bevatten: als
phosphorzure kalk, die zoo hoog noodig is voor de vorming
der beenderen. Melk, karnemelk en wei zijn goede, vooral
de eerste en ook de eenige voedingstoffen in de jeugd van de
jonge dieren. Wij komen later hierop nog terug.