Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
makkelijk te verteren. Alles hangt intusschen al weer af
van den staat van rijpheid, waarin het gewonnen is; hoe
rijper, hoe minder waarde de halmen hebben als voeder.
Stroo is evenwel een goed voeder om het volume (ruimte)
te verkrijgen, als men granen, zaden, koeken, zemels,
wortels en knollen voert. Deze laatste stoifen bevatten veel
voedingsbestanddeelen en men kan de magen der dieren er
niet geheel mee laten vullen, daarom moet er een ander
voeder bij gegeven worden, dat meer dient om de pens te
vullen en men bezigt dan de uitdrukking: ter verkrijging
van het noodige volume. Hier geldt het evenwel al weer, dat
alles zindelijk en onbesmet zijn moet en dat het stroo dus
niet bezet mag zijn met roest, meeldauw, bladluizen enz.
Ook moet men kalveren, melkkoeien, die spoedig kalven
moeten, en dieren met zwakke magen, hunne pens niet
geheel met stroo laten vullen, om het volume te verkregen,
omdat dit hunne pens te veel zou bezwaren. Knollen en
wortels bevatten van 70—90 7o water en zijn arm aan eiwit,
maar rijk aan suiker en zetmeel. Worden zij in passende
verhouding met hooi of stroo gevoederd, dan kan men
zeggen, dat dit voeder bijna geheel verteerbaar is. Men
moet het evenwel niet alleen of in te groote hoeveelheid
voeren, daar de ingewanden er door verslappen. De her-
kauwende dieren geven er veel melk van; voor paarden acht
men knollen en wortels minder geschikt. — Aardappels
worden meest voor varkens gebruikt, soms ook aan runderen
en schapen gegeven als mestvoer. Men moet dit voeder
echter niet toedienen als de aardappels bevroren, rottende
of ontkiemende zijn. Aardappels, die het meeste eiwit be-
vatten, dienen de voorkeur te hebben.
Granen en zaden zijn onder den naam van krachtvoer be-
kend, omdat zij een zeer groot gehalte aan voedingsstoffen