Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
gewicht, want onderzoekingen hebben geleerd, dat b. v. in
stroo en hooi gemiddeld slechts de helft van het eiwit ver-
teert. Zoo gaarne zouden wij hierover wat meer zeggen,
maar alweer stuiten wij op het moeielijke.
Het natuurlijkste voedsel is voorzeker het groenvoeder en
daaronder in de eerste plaats gras en klaver. Dit voeder
bezit een groot watergehalte soms wel QO'/o, 1—47o eiwit,
gemiddeld IVo vet enz. Deze stoffen zijn, als ze nog jong zijn,
voedzamer en gemakkelijker te verteren. Hoe ouder het
groenvoeder is en vooral als de planten reeds zaadzetten,
hoe minder er van verteerd wordt. De grassen worden het
meest als groenvoer gebezigd. De aard van het voeder is
afhankelijk van de soorten van gras, de gesteldheid van
den bodem enz. Verschillende klaversoorten, rogge, haver,
gerst, bladen van mangel wortels en suikerbieten worden als
groenvoeder gebezigd. De klaversoorten vooi-al mogen niet
oud zijn, omdat het eiwit dan vermindert en minder ver-
teerbaar wordt. Jonge klaver mag echter niet uitsluitend
gevoederd worden, maar wel vermengd met andere stolfen,
welke minder rijk aan eiwit zijn zooals b. v. groene mais,
hooi enz. Hooi, mits goed geoogst van goed gras, bezit
ook eene groote voederwaarde, van daar dat het gedurende
den staltijd het beste hoofdvoedsel uitmaakt. Op de voe-
dingswaarde van het hooi kunnen verschillende invloeden
werkzaam zijn, zooals het weer gedurende den oogst, de
wijze van bewaring enz.
Stroo wordt ook dikwijls als voeder aan de dieren gegeven.
Er is evenwel een groot verschil in stroo. Zoo is het stroo
van zomergraan verteerbaarder en bevat meer eiwit dan het
stroo van wintergraan. Roggesti'oo is het minst verteerbaar
van alle stroosoorten, maar het stroo van boonen en erwten
en andere peulvruchten bevat veel eiwit, maar is niet ge-