Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
wijze fokt men aan in een zuiver ras. Laat men dieren
van verschillende stammen, slagen of rassen met elkander
paren, dan spreekt men van kruisen. Het doel van 't
kruisen is zijn vee te verbeteren. Er behoort evenwel zeer
veel kennis en overleg toe, om door kruising het gewenschte
doel te bereiken. Hoe meer overeenkomst de dieren hebben,
die men met elkander laat kruisen , des te zekerder zal
men zijn, dat de eigenschappen der ouders op de jongen
zullen overgaan. Verder moet men uit de dieren, die men
door kruising heeft verkregen, de beste zoeken, om er verder
mee te fokken. Heeft men ter veredeling van zijn vee een
stier gekocht van een ander ras en gebruikt men dezen of
een jongen stier, uit hem geboren, om er mee door te fokken,
dan heeft de aanfok in bloedverwantschap plaats, waarbij
men vrij zeker is, dat de jongen de eigenschappen der ouders
zullen overerven. Er zijn evenwel aan het fokken in nauwe
bloedverwantschap nadeelen verbonden, namelijk dat de na-
komelingen vele gebreken bezitten. Zij hebben een ziekelijk
gestel, slechte ademhalingswerktuigen en zijn voor de
verdere teelt meestal ongeschikt. Het aanfokken in een
zuiver ras is het gemakkelijkst en men heeft daarbij de
meeste zekerheid van tot zijn doel te geraken, namelijk,
dat de goede eigenschappen der ouders op de kinderen zullen
overgaan. Wil men echter door kruising zijn vee veredelen,
zoo dient er voor gezorgd te worden, dat men geen dieren
met elkander laat paren, die elkander na verwant zijn.
Het best is dan, om van tijd tot tijd een nieuwen stier te
koopen of met buren van stier te ruilen.
Op welke wijze men echter zijn vee ook tracht te veredelen,
altijd moet men omzien naar dieren, die zoo veel mogelijk
zonder gebreken zijn, want evenals de goede, zoo erven ook de
slechte eigenschappen over. Het uiterlijk der dieren geeft