Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
tijdperken namelijk: het tijdperk der ontwikkeling, dat duurt
van de geboorte tot dat het lichaam zijne gewone grootte
en vorai heeft verkregen; het tijdperk van volle kracht,
waarin het dier tot den hoogsten trap van lichamelijke ont-
wikkeling gekomen is; het tijdperk van ouderdom of verval,
waarin het lichaam langzaam gesloopt wordt. Bij het paard
rekent men, dat het van zijn vijfde tot zijn twaalfde jaar
in zijn volle kracht is, tei-wijl het van de overige landbouw-
dieren moeielijk kan worden vastgesteld, omdat de meesten
dezer dieren, reeds vóór het tijdperk van volle kracht is be-
reikt, worden gedood.
Het aanfükken van vee.
De veehouder kiest uit de jongen zijner dieren een zeker
aantal, dat hij voor eigen gebruik aanfokt, zoodat hij slechts
bij uitzondering zich door aankoop van vee voorziet. Bij het
aanfokken stelt hij zich ten doel zulk vee te verkrijgen, dat
de meeste voordeelen afwerpt. Hij tracht daarom zijn vee-
stapel te veredelen. Om tot dit doel te geraken, kiest hij
met zorg de dieren, met welke hij fokken zal. Deze dieren
behooren in den regel tot dezelfde soort, dat wil zeggen, dat
de jongen van met elkander parende dieren, onderling weder
voorttelen. Dieren, welke wel met elkander paren, maar
wier jongen onderling niet paren, rekent men tot hetzelfde
geslacht te behooren. De verschillende geslachten vormen
samen familiën, deze weer orden; de orden vormen klassen
en deze stellen de groepen samen. Deze verdeeUng berust
op den graad van verwantschap der dieren. Nu kunnen de
dieren van dezelfde soort nog weer zeer van elkander ver-
schillen, zooals duidelijk blijkt uit de schapen, paarden en