Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
bezit. Legt een paard de ooren plat naar achteren, dan is
dit een kenteeken van een boos gemoed of van schuwheid.
Staan de ooren recht op met de openingen naar voren ge-
keerd, zoo is dit een bewijs van goedaardigheid. Zijn de
ooren in voortdurende beweging, zoo is het dier levendig
en vroolijk, terwijl een slaperig dier de ooren hangen laat. — De
reuk is bij de landbouwdieren zeer scherp. Zij gaan op den
reuk menigmaal af bij het kiezen van hun voeder. De
smaak daarentegen schijnt het minst ontwikkeld te wezen. —
Anders is het met het gevoel. Wanneer voorwerpen in
aanraking komen met de huid enz., dan ontvangt het dier
indrukken; wij noemen dit het tastgevoel. Bij de dieren is
het tastgevoel het meest ontwikkeld in de huid, in de lippen
en in de spits der tong. De voedingsmiddelen zou een dier
niet kunnen opnemen of vasthouden, indien de lippen ge-
voelloos waren; was de tong gevoelloos, dan zou het voed-
sel niet tusschen de tanden gehouden en de spijsbrok niet
gevormd worden. — Wij noemden onder de betrekkingsver-
richtingen ook de bewegingen. Deze kunnen willekeurig of
onwillekeurig zijn, alnaarmate ze afhangen van zijn wil.
Zoo is loopen eene willekeurige, maar de hartslag eene on-
willekeurige beweging.
Het verrichten van arbeid staat in nauw verband met de
beweging. De verschillende bewegingen, we zeiden het reeds
vroeger, vinden haren oorsprong in de samentrekking der
spieren. Voor die samentrekking is echter kracht noodig,
welke weer afhankelijk is van de stofwisseling. Geen spier
trekt zich echter samen of zij ontvangt als het ware eene bood-
schap , een bevel van de hersenen. Die boodschap wordt door
de zenuwen overgebracht. Bij het verrichten van arbeid wordt
warmte ontwikkeld. Evenals in eene stoommachine steen-
kool wordt verbrand om warmte voort te brengen, zoo