Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
dus hun vee minder hooi of stroo en meer koeken enz. geven,
raken veel meer geld kwijt, maar hun vee wordt er niet
beter, ja soms slechter van. Geeft men echter bij koeken,
boonmeel en dergelijk voedsel ook nog voedsel, waarin vet enz.
voorkomt in ruimere mate dan gewoonlijk, zoo wordt het
dier vetter.
Vepschilleiide veppichtingen.
Mensch en dier staan onder den invloed van alles, wat
ons omringt. Koude, warmte, droogte, vochtigheid van de
lucht, de bodem enz., hebben invloed op de gezondheid.
Het dier staat tot het hem omringende in betrekking. Ver-
schillende verrichtingen geven hem bewustzijn van hetgeen
om hem heen gebeurt. Door de verrichtingen der zintuigen
vooral ontvangt hij indrukken, die hem met de buitenwereld
bekend maken. Al deze verrichtingen, alsmede bewegingen,
het verrichten van arbeid enz., dragen den naam van be-
trekkingsverrichtingen. — Het oog mag wel het voornaamste
zintuig genoemd worden. Gij weet bij ondervinding, dat
wij door middel van dit zintuig een ontzettend getal waar-
nemingen kunnen doen. De stand van het oog bij de dieren
is zoo, dat zij niet met beide oogen te gelijk een voorwerp
kunnen zien, maar meer de voorwerpen, die zich ter zijde
bevinden, kunnen waarnemen. Het zieleleven spiegelt zich
in het oog af, vandaar de uitdrukking: het oog is de spiegel
der ziel. De veehouder let dan ook zeer op het oog, vooral
van paard en koe. Hij neemt daaruit waar, of het dier goed-
aardig of boos is van karakter, of het levendig of slaperig
is. — Ook het oor geeft den opmerkzamen waarnemer te
zien, vooral bij het paard, welke hoedanigheden het gemoed