Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
der voedingsstofFen bevordert en noodig is voor de vorming
van gal, speeksel enz. Er mag echter niet te veel water
worden opgenomen, omdat daardoor het voedsel te snel
door het darmkanaal wordt gevoerd, het lichaam te veel
warmte wordt ontnomen en de voedingsstoffen in de ver-
schillende lichaamsdeelen te snel worden ontleed.
Te weinig water is echter ook nadeelig, omdat in dit ge-
val het bloed aan de weefsels water onttrekt, waardoor deze
hunne gewone werkzaamheid, de stofwisselproducten te le-
veren, niet kunnen verrichten.
In het voedsel moet ook kalk voorkomen voor de vorming
der beenderen. Vooral is kalk voor jonge dieren noodig,
daar deze anders door de zoogenaamde Engelsche ziekte
worden aangetast. Zout is ook eene onmisbare stof bij de
voeding, vooral als de dieren zich uitsluitend met planten
voeden. Wanneer men op stal vóór de koeien groote stukken
zout legt, zullen de dieren sr weldra aan gaan lekken. Bij
sommige voedingsstoffen zooals: erwten, boonen, aardappels
enz., is zout vooral noodig. Men moet evenwel niet te veel
zout aan de dieren geven, daar zij dan te veel drinken,
hetgeen, zooals wij zagen, nadeelig werkt. Wij zouden u
nu nog wel het een en ander van de eigenlijke verandering
van de voedingsstoffen kunnen vertellen, maar gij zoudt
dit niet begrijpen. Wij willen u alleen nog maar zeggen,
dat in het voedsel de verschillende stoffen, noodig voor den
opbouw of het onderhoud van alle deelen van het lichaam,
in de juiste verhouding moeten voorkomen, want noch
eiwitstoffen, noch vetten, noch andere stoffen alleen zijn in
staat het lichaam te onderhouden of te doen groeien. Deze
wetenschap is voor den boer van het grootste gewicht, omdat
hij daardoor in staat gesteld wordt eene doelmatige voede-
ring te verkrijgen, met de minst mogelijke kosten. Zij, die