Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
u
het bloed in de longen opgenomen. Om al deze verrichtingen
te kunnen uitvoeren moet het bloed onophoudelijk in bewe-
ging zijn. Het voornaamste werktuig, waardoor deze bewe-
ging wordt veroorzaakt, is het hart. Met behulp van bijgaande
teekening zullen wij trachten u een denkbeeld van den
bloedsomloop te geven. Het hart is in twee helften ver-
deeld, een rechter en een linker helft; die elk weer in tweeën
gesplitst zijn, een boezem en eene kamer, welke van elkander
gescheiden zijn door klapvliezen. De wanden dezer 4 afdee-
lingen bestaan uit zeer sterke spieren. Trekken de wanden
van den i'echter boezem zich samen, dan wordt het bloed
naar de rechterkamer gedreven. Zoodra de boezem zich
ontspant, trekt de kamer zicli samen. Het bloed kan niet
naar den boezem terugvloeien, omdat het klapvlies door de
drukking van het bloed stevig woidt gesloten en het wordt
gedwongen door de longslagader naar de longen te gaan-
De longslagader is weer door een klapvlies van de kamer
gescheiden, hetwelk in de richting naar de longen geopend
wordt. Zou het bloed willen terugstroomen, dan wordt on-
middellijk door het bloed zelf dit klapvlies gesloten. De
longen waar het bloed nu aangekomen is, liggen in de borst-
holte aan weerszijden van het hart. Herinner u eens even,
wat er gebeurde, toen het middenrif zich samentrok. De
borstholte wordt ruimer en daardoor wordt de spanning van de
lucht in de borstholte kleiner dan die der buitenlucht, waar-
door deze laatste door neus en mond naar de luchtpijp stroomt.
De luchtpijp splitst zich in tweeën, de eene tak gaat naar
de rechter en de andere naar de hnkerlong. Ontspant zich
het middenrif weer, zoo woi'dt de borstholte nauwer en
daardoor eene drukking op de longen uitgeoefend, waar-
door de daar aanwezige lucht door luchtpijp, keelholte, neus
of mond naar buiten wordt gedreven. Gfij bemerkt reed«.