Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
wordt bereid, de gal, welke door de lever wordt afgescheiden
en het darm vocht, dat door de darmen zelf wordt geleverd.
Al deze vochten leggen de laatste hand aan de omzetting
van het voedsel. Door de darmwanden dringt, nu het voedsel
heen, verzamelt zich in de zoogenaamde chijlvaten, die het
vocht in het bloed brengen. Het onverteerde gedeelte van
het voedsel wordt als mest uit het lichaam verwijderd. — Van
de spijsvertering hangt zeer veel af en daarom hebben wij
er u eenig denkbeeld van trachten te geven. Er zijn echter
verschillende omstandigheden, die de vertering in de hand
kunnen werken. Vooreerst hangt veel af van de hoedanig-
heid der voedingsstoffen. Deze toch kunnen gemakkelijk of
moeielijk verteerbaar zijn. Verder zal een mager dier het
voedsel niet zoo gemakkelijk verteren, als een goed gevoed
dier, omdat het eerste niet genoeg vei-teringsvochten leveren
kan. De vertering van het voedsel wordt ook belemmerd,
als het dier aan nadeelige invloeden is bootgesteld, zooals
groote hitte, onrust, toorn enz. Het voedsel moet altijd zoo
worden toegediend, dat het in het sp^skanaal kan worden
bewerkt. Daarom moet het graan worden gebroken vóór
het wordt toegediend. Ook moet het eene voeder zoo op
het andere volgen, dat de werking volkomen zij. Het paard
moet niet eerst haver en dan hooi, maar omgekeerd eerst
hooi en dan haver hebben. In het eerste geval toch wordt
een groot gedeelte van de haver door het hooi naar de daimen
gevoerd en verlaat onverteerd het lichaam. Ook het drink-
water moet niet na maar vóór de haver worden gegeven,
want water blijft niet lang in de maag en voert de vooraf
gegeven haver met zich naar het darmkanaal Nog een
andere invloed namelijk de verhouding der voedingsstoffen
komt in aanmerking, maar dit is voor u wel wat te geleerd.