Boekgegevens
Titel: De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Auteur: Kars, A.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn & Zoon, 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5142
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205740
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: zoötechniek, veeteelt: algemeen
Trefwoord: Veeteelt, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De landbouwdieren: een leesboekje voor de hoogste klasse der volksschool en voor het herhalingsonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
] 1
gaat de koe liggen of rustig staan. Het dier houdt nu den
adem in door de luchtpijp met het strotklepje te sluiten;
op hetzelfde oogenblik trekt het middenrif zich samen, waar-
door de voorste holte ruimer wordt en de lucht in de longen
en de luchtpijp wordt verdund en daardoor minder op deze
werktuigen drukt. Door de samentrekking van het midden-
i'if wordt de buikholte nauwer en daardoor de drukking op
de pens grooter. De slokdarm wordt nu minder gedrukt
dan de pens, waardoor een gedeelte van het voedsel ge-
dwongen wordt uit de pens door den slokdarm naar de
mondholte tei-ug te gaan, waar het door de koe op nieuw
gekauwd wordt. Dit herkauwen duurt zoolang, tot dat de
pens en de muts leeg zijn. Het herkauwen is van groot
gewicht en daarom moet men de dieren dan niet noodeloos
verontrusten. Op stal moet na den voer tijd den dieren zooveel
mogelijk rust worden gegund. — Het herkauwde voedsel
gaat nu rechstreeks naar de derde afdeeling van de maag,
de boekpens. Deze is van binnen van plooien voorzien,
waartusschen het voedsel doorgevoerd wordt en verder door
de inwerking van het speeksel wordt ontleed. In deze af-
deeling van de maag wordt door den wand aan het voedsel
veel vocht onttrokken, dat aan de bloedvaten wordt afge-
geven. Uit de boekpens wordt het voedsel naar de lebmaag
gevoerd. De wanden van de lebmaag zijn bezet met een
groot aantal kliertjes, die een vocht afscheiden maagsap ge-
heeten. Dit vocht ontbindt het voedsel verder, en een groot
gedeelte der reeds opgeloste voedingstoffen wordt door een
aantal buisjes, welke zich in de wanden der lebmaag be-
vinden, opge&lorpt en naar het bloed gevoerd, terwijl het
nog onverteerde gedeelte van het voedsel door het portier
in den twaalfvingerigen darm komt en daarna in de darmen.
Hier komt er bij het alvleeschsap, dat in de alvleeschklier