Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de historie: voor de hoogste klasse en de bibliotheek der lagere school
Auteur: Bosman, J.M.H.
Uitgave: Meppel: H. ten Brink, 1894
2e herz. en gew. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2192
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205733
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de historie: voor de hoogste klasse en de bibliotheek der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
89
en dood gestreden met een vijand, veel sterker dan alle
Zonaven en Tnrko's te zamen, namelijk met den Dood in
eigen persoon. De worsteling was hevig; honderd maal
was ik op het punt te bezwijken, maar ten slotte heb ik
getriomfeerd: het gevaar is ten minste voor het oogenblik
geweken.
Den 6 Augustus, tijdens den vreeselijken strijd bij AVörth,
trok onze Divisie, door veldstukken gedekt, het Sauerdal
in, waar wij door een hagel van Fransche granaatkogels
begroet werden. Mijn Compagnie moest een hoog gezwollen
beek doorwaden, terwijl wij allen tot aan de borst in het
water stonden, en den vijand weerstonden, die ons het be-
klimmen van den steilen tegenoverliggenden oever belette.
Het snelvuur der Chassepots had mijn manschappen tot
op de helft gedund;' met de andere helft bereikte ik den
oever, maar nog velen vielen, alvorens wij ons weer met
onze hoofdmacht konden vereenigen. De Franschen weken
slechts stap voor stap; suizend en ratelend vlogen de dui-
zenden kogels hunner mitrailleuses over en langs ons heen;
liet was een sissen en fluiten, een kraken en knetteren
om er krankzinnig van te worden. De veldtocht van '(56,
Köninggratz zelfs, was er kinderspel bij.
Tot nog toe was ik als door een wonder ongedeerd ge-
bleven. Nauwelijks echter had ik den voet van een voor
ons liggenden] heuvel bereikt, of een granaatsplinter rukt
de ketting van mijn helm weg en treft mij aan het oor.
Halverwege den heuvel, die voet voor voet veroverd moest
worden, krijg ik langs het sabelgewest een tweede schamp-
schot, dat mij zeer hinderde in mijne bewegingen. Geen
vijf minuten later doorboort een derde kogel mijn kaarten-
tasch, die onder mijn rok aan den sabelkoppel hing, en
neemt met een tlard van mijn broek ook een lap vel van
mijn been mee. De pijn, de kruitdamp, het gezicht van