Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de historie: voor de hoogste klasse en de bibliotheek der lagere school
Auteur: Bosman, J.M.H.
Uitgave: Meppel: H. ten Brink, 1894
2e herz. en gew. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2192
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205733
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de historie: voor de hoogste klasse en de bibliotheek der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
3
verder voor hem zorgen. Zij vervolgen luin weg. Als
lialmen, die bezweken zijn voor de zicht des maaiers, liggen
daar, in regelmatige rijen, de gevallen otters. Een, twee,
drie, tot twintig toe, allen dood. Xeen, éón nog niet.
Stuiptrekkend beweegt hij nog de vingers van zijn rech-
terhand. Die hand omklemt een brief: »Aan mijn moeder!"
Een dankbare blik van den stervende is het loon van
den Johanniter, die dezen brief aanneemt. Dan sluit do
zwaar gewonde de oogen voor altijd. Voort gaan de Die-
naren der Barmhartigheid. Hun weg is bezaaid met lijken,
maar bij dozijnen toch vinden zij levenden onder de dooden.
Xiet allen zijn meer te behouden, maar velen worden nog
gered; van vele anderen wordt het bange stervensuur vei-
zacht, het matte hoofd geschraagd, de dorstige mond ge-
laafd en de laatste groet, een regel schrift, een lok haar,
een medaillon overgebracht aan dierbare betrekkingen.
Nog altijd vervolgen de edele mannen liun somberen
weg. Helaas! zij hebben den kavalerie-officier niet opge-
merkt, die, op eenigen afsand van de linie, bewusteloos
naast zijn doorschoten paard is neergezegen. De arme
man opent de oogen, toen zij reeds ver weg zijn. Daar
ligt liij, verlaten, met verbrijzelde beenen. Wie brengt
verkoeling vooi' zijn brandende wonden?
Dank zij den hemel, daar nadert een andere afdeeling
van liet Koode kruis. Zie maar, allen dragen den witten
band met het roode kruis aan den linker arm; een geeste-
lijke in ambtsgewaad vergezelt hen. Zie, hoe naauwkeurig
zij lijk na lijk onderzoeken. Keeds richt de officier zich op,
om zijn helpers te roepen. Maar hoe! Ziet hij goed? Dra-
gen zij geen wapens? Het Koode kruis met wapens? En
welke wapens?... Een slachtersmes, een bijl, een hooivork!...
Groote God! Het zijn de hyena's, de roofdieren van het
slachti-eld, de schoffeerders, die het wandelende kerkhof